Eigen collectie


post@gerbenarts.nl


Crocoïet

Naam Crocoïet
Kleur Rood
Klasse Carbonaten
Hardheid 2,5 - 3,0
Vindplaats Australië, Tasmanië, Zeehan district, Dundas
Aankoopplaats Nederland, Oss, D'n Iemhof
Aankoopdatum Onbekend
Verkoper Onbekend


Dit mineraal levert lood en chroom. Doordat de mijnen in de Oeral voor een groot deel zijn uitgeput, is crocoïet zeldzaam geworden. Crocoïet, ook bekend als roodlooderts, werd in de 18de eeuw in een Russische mijn bij Sverdlovsk in de Oeral ontdekt. De naam is afgeleid van de Griekse aanduiding voor saffraan (gele Krokus). Uit dit mineraal is een fel oranje kleurstof te halen, die gebruikt wordt door kunstschilders.

Crocoïet is een secundair mineraal: het ontstaat door de chemische omzetting van loodglans in chroomhoudend moedergesteente. Begeleidende mineralen zijn voornamelijk pyriet, kwarts, cerussiet, vanadiniet en ook wulfeniet.
Nadat de Russische crocoïetmijnen in de Oeral en Siberië hun betekenis verloren hadden, werden nog enige zeer mooie exemplaren van het zeldzame mineraal op het vijfde continent ontdekt. Het grootste kristal dat men ooit gevonden heeft, komt uit de buurt van Dundas in Tasmanië. Het meet 11 x 4,5 cm en bevindt zich nu in de verzameling van E. Swoboda in Los Angeles, VS.
De Franse scheikundige Nicolas Louis Vauquelin (1763 – 1829) isoleerde in 1797 chroom uit crocoïet. Hij werd daarmee de ontdekker van dit mineraal. Chroom wordt voor galvanische deklagen gebruikt, ter verhoging van de roestbestendigheid en hardheid van staallegeringen. Met chroomzouten looit men leer.

Voor sieraden is crocoïet te zacht, maar voor mineralenverzamelaars wordt het toch vaak in facetten of cabochons geslepen. Crocoïet smelt gemakkelijk in een vlam en het is oplosbaar in sterke zuren. Het kan het beste met ultrasone golven worden schoongemaakt.

Crocoïet is uitgesproken zeldzaam mineraal. De kristallen ontstaan alleen als in geoxideerde gesteentenmassa’s loodertsgangen door het moedergesteente dringen. Dat moedergesteente moet dan wel chroom bevatten. Daarmee is crocoïet een secundair mineraal, want het kan alleen worden gevormd door omzetting van een reeds aanwezig primair mineraal.
Het belangrijkste primaire mineraal waaruit crocoïet kan worden gevormd, is loodglans (galeniet). Maar dan moeten daarbij ook nog gesteenten aanwezig zijn die chroomverbindingen bevatten. Omdat dergelijke gesteenten tamelijk ongewoon zijn, komt crocoïet ook zo weinig voor op onze planeet.
De Russische crocoïetmijnen in de Oeral en in West Siberië zijn ondertussen zo goed als helemaal leeg gehaald. Op kleine schaal wordt crocoïet nog gevonden in Tasmanië, Brazilië, de Verenigde Staten (Arizona en Californië) en op het eiland Luzon (Filippijnen). Een oude vindplaats is Callenberg in Saksen (Duitsland).